ALS DE MEDIA MOORDENAARS GOEDPRATEN.

Veel media manipuleren het nieuws uit het Midden-Oosten in het nadeel van Israel. De enig efficiente manier om de strijd aan te gaan met wijdverbreide desinformatie, is om extreme gevallen als voorbeelden van een veel breder fenomeen aan de kaak te stellen.

Een zo’n voorbeeld was het interview dat veteraan-correspondent Conny Mus van RTL eind april had met Ismael Haniyah. Haniyah was toen minister-president van de Hamas-Fatah regering, die al binnen een paar weken ten onder zou gaan na de wederzijdse moordpartijen van hun volgelingen in Gaza.

 

Mus ging er prat op dat Haniyah hem als eerste westerse journalist deze gelegenheid tot een interview bood. Hij benadrukte ook dat hij Haniyah kon vragen wat hij maar wilde.

 

Wat zou er logischer zijn geweest dan dat Mus een paar regels had geciteerd uit het handvest van Hamas, een uit de Moslimbroederschap voortgekomen beweging. Artikel 7 bijvoorbeeld: “Hamas kijkt verlangend uit naar de vervulling van Allah’s belofte, hoeveel tijd daar ook mee gemoeid zal zijn. De profeet, gebed en vrede zij met hem, heeft gezegd: ‘Die tijd zal pas komen als de moslims de joden bestreden zullen hebben (en gedood), en de joden zich zullen verbergen achter rotsen en bomen, die zullen roepen: o moslim, een jood verschuilt zich achter mij, kom en dood hem!'”

En als de vraag met dit citaat te lang was geweest, had hij het kunnen samenvatten met: “Wat vindt u van het doden van alle joden, zoals het handvest van Hamas propageert?”

 

Mus concludeerde dat de uitspraken van Haniyah over Israel vaag waren – maar dat was te verwachten omdat hij geen vragen stelde over het genocide-streven in het handvest. Hij zei ook dat hij Haniyah graag naar Nederland zou hebben begeleid, maar die reis ging niet door omdat de Nederlandse regering hem geen visum gaf.

 

Mus’ interview illustreert ook de mechanismen die als gevolg van deze journalistieke benadering optreden. Op basis van dit interview claimde het Palestijns Platform voor Mensenrechten en Solidariteit dat Haniyah zijn respect aan Nederland en zijn bevolking had betuigd en met geen woord over de vernietiging van Israel had gerept. Het liet onvermeld dat hij zich daarover niet had hoeven uitlaten, omdat de interviewer hem die vraag niet expliciet had gesteld. Iedereen kan dat op de website van RTL verifieren.

 

Zo waste een vermeend objectieve journalist de handen van de organisatoren van een Palestijnse bijeenkomst in Rotterdam, waar Haniyah had moeten spreken. Dit treffen had plaats op 5 mei, de dag waarop het einde van de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting wordt herdacht. Tijdens die oorlog was de leider van de Moslimbroederschap onder de Palestijnse Arabieren, Haj Amin el-Husseini, een bondgenoot van de Duitsers; hij hielp hen SS-eenheden op te zetten in Bosnie en Kosovo, waar zij joden hebben vermoord. De gekozen datum onderstreept de pogingen van de geestelijke opvolgers van deze oorlogsmisdadiger om zich als slachtoffers te presenteren.

20 juli 2007

Comments are closed.