Beleven we de jaren dertig opnieuw?

De wereld heeft niets van de Holocaust geleerd. Dat zei de Auschwitz overlevende en Nobelprijswinnaar Elie Wiesel naar aanleiding van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september waar de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad de vernietiging van Israël bepleitte. Dit doet de vraag rijzen in hoeverre het Joodse volk nu de late jaren dertig herbeleeft. Een vraag die ook voor veel anderen van betekenis is, want de Joden – en nu ook Israël – zijn vaak de eerste doelwitten, maar nooit de laatste. Het was gisteren zeventig jaar geleden sinds de Kristalnacht, toen tientallen Joden in Duitsland werden vermoord en synagogen in brand werden gestoken. Een goede gelegenheid om de vraag over de herbeleving van de jaren dertig te beantwoorden. Dus moeten onderwerpen als de bevordering van genocide, het kweken van haat, totalitair handelen, alsmede de politiek van verzoening door concessies bestudeerd worden. De geschiedenis herhaalt zich slechts ten dele. Het grote verschil tussen nu en toen is de staat Israël. De Joden in de jaren dertig waren volkomen machteloos. Israël wordt met vernietiging bedreigd door een gedeelte van de Arabische en moslimwereld, maar heeft een sterk leger. Iran dat aan een atoombom werkt om de aangekondigde genocide te realiseren, heeft ook de meest moorddadige naoorlogse aanslag tegen Joden georganiseerd in Buenos Aires in 1994. De technologie en reikwijdte van moord door een staat zijn dus sterk veranderd sinds de jaren dertig. In de late jaren dertig wilde geen land de Joden helpen. Op de conferentie in Evian in 1938 werd geen enkel specifiek aanbod gedaan om Joodse vluchtelingen op te nemen. Men kon het er zelfs niet over eens worden het racistische nazi-Duitsland te veroordelen. Nu heeft Israël echter bondgenoten in verschillende gradaties. Er zijn andere overeenkomsten en verschillen met de jaren dertig. De klassieke motieven van het antisemitisme zijn de afgelopen jaren sterk opgeleefd, vooral in de nieuwe mutatie van het anti-Israëlisme. Maar in geen enkele staat is het antisemitisme in de wet opgenomen, zoals toen in Duitsland. Een meer gedetailleerde analyse moet zich echter vooral concentreren op de overeenkomsten tussen de jaren dertig en nu. Dit betreft allereerst totalitaire systemen. De Holocaustexpert Jehuda Bauer zegt: ‘Er zijn in de moslimwereld sterke krachten die mentaal bereid zijn – als ze de mogelijkheid krijgen – om genocide tegen alle andere mensen te plegen¿Het radicale islamisme streeft naar een door geweld te realiseren utopie, die de wereldheerschappij wil veroveren, net als het nationaal-socialisme en het communisme. Iedere wereldutopie is moorddadig en iedere radicale wereldutopie brengt radicale moordenaars voort.’ Net als in de jaren dertig is het westers leiderschap zwak en worden dreigingen genegeerd. Wat de politiek van de concessies betreft: de Britse premier Neville Chamberlain die trots was op de overeenkomst met Hitler in München 1938 werd lang veracht. Nu wordt hij indirect gerehabiliteerd door revisionisten die beweren dat de Tweede Wereldoorlog voorkomen had kunnen worden en dat Churchill een oorlogsophitser was. De huidige politiek van verzoening door concessies betekent toegeeflijkheid jegens radicale moslims. Dat Europa weinig politieke wilskracht heeft en militair weinig voorstelt, stimuleert zulke politiek. Er zijn ook voorstanders van interne ‘verzoening’ die de sharia deels naast de nationale wetgeving willen toelaten. Een aantal bewegingen die verzoening door concessies aan totalitaire heersers of staten bepleiten zijn dezelfde als in de jaren dertig. Pacifisten hebben heel vaak despoten geholpen. Lenin, die hiervan profiteerde, noemde hen en soortgelijken ‘nuttige idioten’. Morele relativisten zeiden toen en nu dat sommige volkeren niet democratisch kunnen zijn. Ze noemden in de jaren dertig Duitsland als een typisch voorbeeld hiervan. Er is ook een duidelijke parallel tussen de schuldgevoelens van vooroorlogse West-Europeanen jegens Duitsland vanwege de condities van het vredesverdrag van Versailles en zij die nu dit soort gevoelens jegens de derde wereld koesteren vanwege kolonialistische misdaden. Er is ook overeenkomst tussen diegenen die bereid waren Tsjechoslowakije op te offeren voor Chamberlains ‘vrede in onze tijd’ en zij die van Israël concessies verlangen jegens de Palestijnen. Dit omdat ze ten onrechte beweren dat als dat conflict ‘opgelost’ wordt, de relatie tussen het Westen en de moslimwereld permanent zal verbeteren. Andere verzoeners kunnen gedefinieerd worden als ‘humanitaire racisten’. Ze zien niet-blanken, criminelen incluis, vooral als slachtoffers. Maar wie niet of slechts gedeeltelijk verantwoordelijk kan zijn voor zijn daden staat ergens tussen ‘echte mensen’, die volle verantwoordelijkheid kunnen dragen, en dieren, die hun instinct volgen. Humanitaire racisten kunnen goed bestudeerd worden bij hun houding in het Palestijns-Israëlische conflict. Ze verzwijgen of verdoezelen dat de Palestijnse maatschappij grotendeels door een moorddadige ideologie gedreven wordt, zowel Fatah als Hamas. Dat uit zich onder andere in een massale geperfectioneerde indoctrinatie van kinderen om hun leven te riskeren en Joden te vermoorden. Men vindt veel humanitaire racisten in ngo’s, linkse politieke bewegingen, aan universiteiten en in de journalistiek. In een geglobaliseerde maatschappij nemen de krachten van de radicale islam, van de bevorderaars van genocide en van de verzoeners van totalitaire heersers toe. Dat zal ook het geval zijn met hun tegenstanders. De relatieve sterkte van beide partijen zal bepalen of de gelijkenis met de jaren dertig toe- of afneemt. Manfred Gerstenfeld is bestuursvoorzitter van het Jerusalem Center for Public Affairs.

2 december 2008

Comments are closed.