Empathie voor de vijand: nog een hersenschim van het Westen

Onlangs bezocht een groep Nederlandse studenten de Bar Ilan-universiteit. De groep vroeg om een speciale voordracht: “Kan het begrijpen van het leed van je vijand erbij helpen verzoening tot stand te brengen?” De desbetreffende faculteit verzocht mij de voordracht te houden, omdat ik deze in het Nederlands kon doen en aan mijn publiek kon aanpassen. De achtergrond van het door de studenten gekozen thema werd niet nadrukkelijk genoemd, maar die was wel duidelijk. Zou Israël door empathie te tonen met het lijden van de Palestijnen de vrede met hen kunnen bevorderen?

De zaak was duidelijk. Als je met dit thema aan het werk gaat door het alleen te analyseren binnen de samenhang van het Israëlisch-Palestijnse conflict, dan verwijdert men zich van de kijk op het grotere beeld en de grove realiteit in het Midden-Oosten en in de Arabische en islamitische wereld in het algemeen. Met zo´n beperkte focus verwachten de toehoorders abusievelijk dat een Israëli de waarde van het meevoelen met Palestijnen benadrukt. Als men deze valstrik echter vermijdt, dan wordt de vraag van de empathie voor de vijand een belangrijk analytisch middel voor de positie van Israël in het Midden-Oosten.

De ware samenhang van het thema zou beter te begrijpen zijn wanneer men over een van de meest dodelijke conflicten discussieert die de afgelopen decennia in het Midden-Oosten en aan zijn randen plaatsvonden. De burgeroorlogen in het Afghanistan van de jaren-80 bieden hiervoor een geschikte aanzet. Tussen de eerste oorlog, waarin de Sovjet-Unie een lokale regering tegen de Moedjahedien ondersteunde, en de tweede, die een hoofdzakelijk door de Taliban gepleegd bloedbad inhield, werden tussen één en anderhalf miljoen mensen, hoofdzakelijk, burgers, gedood. Mocht dit eerste aantal juist zijn, dan zou het overeenkomen met de volledig vermoorde bevolking van de op één na en de op drie na grootste steden van Nederland, Rotterdam en Utrecht. Mocht het tweede aantal kloppen, dan zou je daar het aantal inwoners van de op twee na grootste Nederlandse stad, Den Haag, aan kunnen toevoegen.

Omdat het grootste deel van de moorden door Afghanen en op andere Afghanen werd gepleegd, illustreert  het conflict het ontbreken van empathie van staatsburgers voor hun medeburgers. Datzelfde kan van alle burgeroorlogen gezegd worden.

Een ander groot en dodelijk regionaal conflict was de Iran-Irak oorlog van de jaren-80. Nogmaals werden minstens een miljoen mensen gedood. De Iraniërs stuurden veel van hun eigen kinderen de mijnenvelden in om de Irakese mijnen te ruimen door erop te trappen en zodoende het leven van Iraanse soldaten te redden. Deze gebeurtenissen toonden nog een ander facet van de waarde die empathie in het Nabije Oosten heeft; het ontbreekt een natie aan meegevoel met hun eigen kinderen.

Een derde relevant voorbeeld was de Algerijnse burgeroorlog in de jaren-90, waarin islamitische regeringssoldaten en extremistische moslims elkaar ongeveer vijftien jaar lang bestreden, wat leidde tot 100.000 doden en vele barbaarse misdaden. Hij toonde het ontbreken van empathie van de Algerijnen voor leden van hun eigen religie.

Zulke voorbeelden uit de islamitische wereld tonen een duidelijke boodschap: in veel islamitische milieus is sprake van een monumentaal gebrek aan empathie voor medeburgers, leden van de eigen religie en zelfs de eigen kinderen.

Een korte analyse van de empathie – of beter gezegd: van het ontbreken daarvan – binnen de christelijke wereld biedt ons nog een illustratie dat het concept – op enkele uitzonderingen na – een hersenschim is. Deze realiteit manifesteert zich ondanks de verplichting uit het Nieuwe Testament om “de andere wang toe te keren” wanneer men in het gezicht geslagen werd.

Men hoeft niet teruggaan tot de kruistochten of naar de tijd van de plunderende Europese Conquistadores in Amerika. Het ontbreken van christelijke empathie is bijvoorbeeld in de jongste Joegoslavië-oorlogen van de jaren-90 opvallend, waarin moslims de grootste  slachtoffers van hoofdzakelijk christelijke moordenaars waren. Het leek erop dat iemand de andere wang toekeren, waar Jezus voorstander van was, niet werd gepraktiseerd en ook niet praktisch was.

In de volkerenmoord van Rwanda, om nog een voorbeeld te noemen, vermoordde een groep christenen ongeveer 800.000 andere christenen.

Zulke situaties waren dusdanig macaber en de aantallen vermoorde mensen waren al zo hoog, dat men geen andere aspecten van het bloedbad hoeft benadrukken dan die er al waren: de vele anderen, die gewond en verminkt werden, de verdreven vluchtelingen en de etnische zuiveringen.

De Killing Fields, studies over de instellingen van verschillende bevolkingsgroepen, kunnen helpen de status van de empathie in het Midden-Oosten en binnen de islamitische wereld beter te begrijpen. Het Pew Research Center voerde meerdere onderzoeken uit; eentje wijst erop dat vele jaren lang honderden miljoenen moslims in de islamitische wereld Osama bin Laden en de zelfmoord bomaanslagen ondersteunden. Deze onderzoeken maakten duidelijk dat islamitisch extremisme niet alleen een zaak is van slechts enkele, dus een marginaal aantal, moslims is.

Een ander Pew-onderzoek vroeg aan moslims in verschillende landen hun mening over Joden. Van de Israëlische Arabieren had 56% een positieve kijk op Joden. In alle islamitische landen waren de meningen echter extreem ongunstig. Deze stereotype werd door data van een studie van de Anti-Defamation League over het aandeel van de bevolking in islamitische landen dat antisemitische opvattingen heeft, bevestigd. De minst problematische landen waren Turkije, waar 69% een antisemitische instelling had, en Iran met 56%.

Juist tegen deze achtergrond kan het Palestijns-Israëlische conflict het duidelijkst uitgelegd worden. Palestijnse empathie is niet voorhanden. De islamonazi-organisatie Hamas, waarvan het handvest oproept tot volkerenmoord op de Joden, won de meerderheid van de zetels bij de enige ooit gehouden Palestijnse parlementsverkiezingen, die plaatsvonden in het jaar 2006. Als er nu nog een keer verkiezingen voor een Palestijnse president zouden worden gehouden, zou Hamas-leider Ismail Haniyeh moeiteloos winnen van Fatah-leider Mahmoud Abbas, die samen met zijn medewerkerstaf regelmatig de moord op Israëlische burgers verheerlijkt. In de Gaza-oorlog van 2014 had Hamas er belang bij om het aantal Palestijnse doden zo ver mogelijk op te schroeven om internationaal medelijden te oogsten en Israël te criminaliseren.

In tegenstelling tot deze verschrikkelijke regionale achtergrond zonder enige empathie is Israël een buitengewoon land, waarin een zekere empathie bestaat voor anderen, ook voor een deel van zijn vijanden. Een voorbeeld daarvan is de behandeling in Israëlische ziekenhuizen van uit Syrië over de grens komende gewonden; Syrië is een land waarmee Israël zich in oorlog bevindt. Tot eind 2014 werden er ongeveer 1.400 Syriërs behandeld. Datzelfde geldt voor de ziekenhuisbehandelingen van Palestijnen uit de Gazastrook, inclusief de dochter van Haniyeh.

Er bestaan nog veel meer aspecten die Israël radicaal onderscheiden van zijn Arabische buren. Eentje daarvan is bijvoorbeeld dat Israël probeert bij militaire veldtochten het aantal burgerslachtoffers te beperken; daarmee had het land meer succes dan de Amerikanen en de Britten, zei Richard Kemp, commandant van de Britse troepen in Afghanistan.

De taxichauffeur, die mij na deze voordracht terugreed, leverde zijn eigen bijdrage aan het thema. Hij vertelde dat hij een keer een vrouw uit de Gazastrook naar de grensovergang terugreed. Ze was behandeld in een Israëlisch ziekenhuis en prees de hulp die ze daar gekregen had. De taxichauffeur vroeg haar of ze dit zou doorvertellen aan haar kennissen in de Gazastrook. De vrouw maakte een beweging met haar hand over haar keel om aan te geven dat, als ze dit zou doen, haar keel zou worden doorgesneden.

Bron:
https://heplev.wordpress.com
Auteur: Manfred Gerstenfeld

Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron
(www.ejbron.wordpress.com)

 

30 april 2014

Comments are closed.