De anti-Israëlische hetze in Nederland breidt zich uit

Enkele weken geleden kreeg een verhaal over Nederland internationale aandacht: de Holocaust- en pensioenbetaling van een zeer oude Nederlandse vrouw werd door de Nederlandse autoriteiten sterk verlaagd, omdat zij in Israël naar het gebied buiten de Groene Lijn verhuisd was. Na veel openbaar protest en rijkelijk negatieve publiciteit ruimden de Nederlandse autoriteiten in haar specifieke geval de misstand uit de weg. De discriminatie bij de pensioenen van diegenen die in gebieden buiten de Groene Lijn wonen, werd echter door de Nederlandse regering bevestigd.

Het is niet verwonderlijk dat nu het volgende schandaal wat betreft Nederland/Israël is ontstaan. Een leerboek geschiedenis, dat het verhaal van de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog enorm verdraait en tegelijkertijd de langdurige terreurcampagne van de Arabieren voor 1948 bagatelliseert, wordt gebruikt op de Nederlandse scholen voor middelbaar onderwijs. Menachem Begin wordt een terrorist genoemd, Arafat niet.

Na een rijkelijk laat kritisch redactioneel artikel met betrekking tot het thema van de pensioenkorting voor de Holocaust-overlevende in de “Jerusalem Post” publiceerde de Nederlandse ambassadeur Caspar Veldkamp zijn antwoord in dezelfde krant. Er dient benadrukt te worden dat deze ambassadeur grote inspanningen heeft ondernomen om de betrekkingen tussen Nederland en Israël te verbeteren; datzelfde geldt voor de overige medewerkers van de Nederlandse ambassade die ik in de loop der jaren heb ontmoet. De zeer positieve houding van de ambassade is echter alles andere dan representatief voor Nederland.

In het artikel van de Nederlandse ambassadeur stond echter een uitspraak die niet zonder commentaar moet blijven. Hij schreef dat Nederland een land is dat nog altijd als een van de beste vrienden van Israël beschouwd kan worden.

In deze context is het woord “vriend” echter niet op zijn plaats. Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders van de anti-Israëlische Partij van de Arbeid is een van de achttien ministers van Buitenlandse Zaken van de EU die producten uit de “nederzettingen” wilden kenmerken als van niet-Israëlische herkomst. Er zijn twaalf EU-ministers van Buitenlandse Zaken die deze mening niet delen. Koenders heeft echter geen stappen ondernomen om producten uit het door Turkije bezette Noord-Cyprus te kenmerken, hoewel Noord-Cyprus bezet gebied is, de “Westelijke Jordaanoever” echter omstreden gebied.

Koenders´ voorganger Frans Timmermans, eveneens van de Partij van de Arbeid, gaf in 2013 tijdens een voordracht in Tel Aviv toe dat de EU met betrekking tot het Israëlisch-Palestijnse conflict een andere maatstaf voor Israël hanteert, omdat zij het als een Europees land beschouwt. Deze bewering impliceert dat men Palestijnen en Arabieren niet als Europeanen kan beschouwen. Meten met twee maten is een belangrijke karakteristiek van antisemitisch handelen. Timmermans´ opmerking herinnert aan een racist uit de koloniale periode, die niet-Europese volkeren als de mindere en als minder verantwoordelijk voor hun handelen beschouwde. Timmermans´ bewering negeert ook tegenover de principes van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die zegt dat alle mensen met verstand en geweten zijn uitgerust. Dat betekent dat zij voor hun handelen verantwoordelijk zijn.

Wie een kijkje neemt op de website van de Partij van de Arbeid kan zien dat zij enerzijds Israël aanvalt, anderzijds echter over het islamo-nazisme van de grootste Palestijnse partij – Hamas – zwijgt, evenals over vele andere door de Palestijnen gepleegde criminele daden. Hierdoor is de Partij van de Arbeid een indirecte ondersteuner van het islamo-nazisme.

In een privéontmoeting met een andere Nederlandse ambassadeur, die Israël enkele weken geleden bezocht, zei ik dat Nederland staats-antisemitisme gepleegd had door zonder selectie een miljoen islamitische immigranten toe te staan het land binnen te komen. Dat vond plaats ondanks het algemeen bekende feit dat deze moslims uit landen komen die veel antisemitischer zijn dan Nederland.

Het aantal antisemitische incidenten in Nederland tijdens de zomer van 2014 waarover bericht werd, was ongeveer net zo groot als het totaal aantal van dergelijke incidenten in de jaren 2011 en 2012. Esther Voet, destijds directrice van het pro-Israëlische Nederlandse Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), schatte dat twee derde deel van deze delicten door niet-westerse immigranten of hun nakomelingen gepleegd werden. Dat was een eufemistische verwijzing naar islamitische immigranten, die ongeveer 6% van de bevolking uitmaken.

Wanneer een land massieve en bijna ongecontroleerde immigratie toestaat uit landen die in hun bevolking veel meer antisemieten hebben, dan heeft dat tot gevolg dat het antisemitisme in eigen land toeneemt. Deze eenvoudige overweging was voor de bezoekende Nederlandse ambassadeur te complex om te kunnen accepteren.

In 2011 stelde het onderzoek van de Universiteit van Bielefeld in opdracht van de Friedrich-Ebert-Stichting aan de burgers van zeven EU-landen in de leeftijd vanaf 16 jaar de vraag of zij het eens waren met de uitspraak dat Israël een vernietigingsoorlog tegen de Palestijnen voert. Daarbij kwamen Nederland en Italië met ongeveer 38% instemming iets minder antisemitisch uit de bus dan de overige landen.

Wanneer men een bepaald volk onterecht beschuldigt van criminele daden, die het niet pleegt, betekent dit dat men er een criminele instelling tegen heeft. Uit de resultaten van het Duitse onderzoek kan men de conclusie trekken dat vijf miljoen Nederlanders in deze categorie vallen. In plaats van te verklaren dat Nederland Israël vriendelijk gezind zou zijn, zou men dus eerder moeten zeggen dat Nederland tot de minder vijandig gezinde landen in een toenemend crimineel Europa behoort.

In 2010 publiceerde ik een boek in het Nederlands; het droeg de titel “Het Verval, Joden in een stuurloos Nederland”. Daarin legde ik uit dat men de morele teloorgang van Nederland in de loop van de afgelopen decennia aan de hand van een analyse van ,´s lands houding tegenover de Joden kan herkennen. Het boek kreeg aanzienlijke publieke aandacht en leidde zelfs tot een debat over antisemitisme in de Tweede Kamer.

De oorzaak was een bepaalde passage in het boek, waarin ik een uitspraak van de toenmalige Nederlandse Eurocommissaris Frits Bolkestein citeerde. Deze had mij verteld dat Joden zouden moeten beseffen dat er voor hen in Nederland geen toekomst meer is en dat zij hun kinderen zouden moeten aanraden om naar de VS of Israël te emigreren. Volgens Bolkestein lag dit aan de problemen die hij voorzag met de niet geïntegreerde islamitische immigranten.

Femke Halsema, destijds leidster van een andere anti-Israëlische partij, GroenLinks, zei dat Bolkestein “kierewiet” zou zijn. Wie nu mijn boek uit het jaar 2010 leest, weet dat Bolkestein gelijk had voor wat betreft de toenemende duistere toekomst van de Joden in Nederland.

Bovendien is de houding van Nederland tegenover de Joden en tegenover Israël ook nog een belangrijke aanwijzing voor het morele verval van de Nederlandse samenleving. De ontwikkeling in de loop der jaren is hiervan een duidelijke indicator. Men hoeft geen profeet te zijn om te voorspellen dat zowel de omgeving voor Joden evenals de anti-Israëlische ophitsing in Nederland erger zullen worden.

Bron:
https://heplev.wordpress.com
Auteur: Manfred Gerstenfeld

Bron oorspronkelijk artikel:
www.israelnationalnews.com

Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron
(www.ejbron.wordpress.com)

17 juni 2015

 

Comments are closed.