Vijf miljoen Nederlandse neo-NSB’ers, zevende vervolg

De origines van het Nederlandse islamo-nazisme tot aan de moord op Theo van Gogh.

Het islamo-nazisme in Nederland is een beduidende, gedeeltelijk georganiseerde beweging. De AIVD moet dit al lang geweten hebben. Echter pas begin september vertelde Rob Bertholee, hoofd van het AIVD, dat het aantal sympathisanten in Nederland van de gewelddadige jihad in de duizenden loopt en dat de beweging honderden aanhangers heeft.1 Tot juli wekten de autoriteiten de indruk dat het grootste terroristische gevaar voor Nederland van terugkerende jihadis uit het Midden Oosten kwam. De vermelde getallen waren: er zijn 130 jihadis vertrokken uit Nederland, waarvan 30 zijn teruggekomen, en een stuk of 15 zijn gedood.2 In september werd het officiële aantal vertrokken jihadis verhoogd tot 140.3

Dat dit niet de de hele waarheid over het gewelddadig jihadisme representeerde werd afgelopen zomer opeens duidelijk. Toen verscheen het ideologische islamo-nazisme in het Nederlandse publieke domein. Het ging om ongeveer 100 in Nederland wonende pro-Isis demonstranten. Er volgden discussies over hoeveel daarvan uit de Haagse Schilderswijk afkomstig waren en hoeveel uit de omgeving van den Haag. Uit de door Bertholee genoemde getallen mag afgeleid worden dat het in werkelijkheid om een beduidend landelijk problem gaat. Dat blijkt ook uit een opinieonderzoek uit 2013 dat concludeerde dat een grote meerderheid van de Nederlandse moslims de vertrokken jihadis helden vond.4

Het zal waarschijnlijk nog een tijdje duren voordat een journalist of een historicus een boek over de wordingsgeschiedenis van het Nederlandse islamo-nazisme schrijft. Ondertussen hieronder alvast een onvolledige schets van de oorsprong en ontwikkeling van deze stroming.

De voorgeschiedenis van het Nederlandse islamo-nazisme verschilt radicaal van die in andere Europese landen. In de laatste decennia van de vorige eeuw, lang voordat er over islamo-nazi’s gesproken kon worden, werden enkele van hun toekomstige haat-leuzen al frequent op Nederlandse voetbalvelden geroepen.5 De autoriteiten traden jarenlang niet op tegen het geschreeuw van ‘Hamas, Hamas, Joden aan het gas’ en ‘Dood aan de Joden.’  De voetbalstadions werden als het ware als ‘extraterritoriale’ delen van Nederland beschouwd.6

De stadionschreeuwers waren geen moslims en de uitgejouwden geen echte Joden. De laatsten waren fanatieke Ajaxsupporters die deze geuzennaam hadden aangenomen. Fans van onder andere Feyenoord en ADO schreeuwden de haatleuzen. Ajax had in die tijd ook Joodse bestuursleden. Een daarvan Uri Coronel zei: ‘Ik heb dingen meegemaakt als bestuurder van Ajax – nou, als dat gefilmd was, dan kan je dat vergelijken met Hitler-Duitsland in het begin van de dertiger jaren. Als je met de bus aankomt bij Feyenoord of Den Haag: honderden mensen die langs de weg staan met haat in de ogen, die “Joden” roepen, die sissen, die de Hitlergroet brengen.’7 Tientallen jaren voordien werden er al andere antisemitische leuzen geschreeuwd tegen spelers van Joodse afkomst zoals Bennie Muller en Sjaak Swart.8

Vele gezagsdragers wilden niet dat er streng werd opgetreden tegen wangedrag en voetbalvandalisme in de stadions, antisemitisme incluis. Dat weerspiegelde de heersende gedoogcultuur. De wantoestanden waren al wijdverspreid in 2004. Toen zat Peter de Jonge, destijds burgemeester van Heerenveen, namens de Vereniging Nederlandse Gemeenten in de commissie die zich boog over voetbalvandalisme. Hij zei dat het staken van een wedstrijd een beloning zou zijn voor 100-200 fanatieke supporters.9Dit getal was een grove onderschatting van het aantal hooligans bij sommige wedstrijden. Om het niets doen te rechtvaardigen bagatelliseerde De Jonge het probleem. Datzelfde jaar echter werd de wedstrijd ADO-PSV gestopt door scheidsrechter Temmink en daarna niet meer hervat volgens instructies van de Haagse burgemeester Deetman. Na eerdere onlusten zongen de ADO supporters onder andere ‘Hamas, Hamas, Temmink aan het gas.’10

De haatleuzen waren toen al jaren ook buiten de stadions te horen. In 1999 werd Feyenoord kampioen van Nederland. Rechtsback Ulrich van Gobbel riep voor een volle Coolsingel tot acht keer toe door de microfoon: ‘Wie niet springt, die is een jood.’11

In 2006 vertelde de niet-Joodse journalist Mathijs Smits mij dat hij jaren daarvoor een Amsterdamse tram nam die vol zat met PSV supporters op weg naar een wedstrijd met Ajax. ‘Ze zongen luidkeels: “Hamas, Hamas, Joden aan het gas.”’12

Door het langdurige falen van de autoriteiten werden ook herkenbare Joden doelwit van de voetbalsupporters. In 2006 vertelde Opperrabbijn Binyomin Jacobs mij: ‘Als er iets in Israel gebeurt, word ik nageroepen: “Israel”, of: “Hamas, Hamas, Joden aan het gas”. Een keer had ik een schokkende ervaring. Samen met een niet-Joodse psycholoog stapte ik in een trein met Feyenoord supporters. Ze zongen allemaal: “Hamas, Hamas, Joden aan het gas.”’13

In de nieuwe eeuw worden vooral jonge moslims voorlopers van het islamo-nazisme in de Nederlandse openbaarheid. Een aspect daarvan is het verheerlijken van de Al-Qaida leider Osama Bin Laden. Er blijft twijfel over wat precies een groepje jonge moslims roept in Ede als de massamoord in de Verenigde Staten op 11 September 2001 bekend wordt. In de daaropvolgende dagen uitten op scholen elders in het land sommige moslimleerlingen hun sympathie voor de moordenaars. Als dagen daarna drie minuten stilte voor de vermoorden in acht zullen worden genomen, zijn leraren op enkele scholen bang voor een herhaling daarvan.14

De bewondering voor Bin Laden uitte zich ook op een andere manier op sommige scholen met moslimleerlingen. Margalith Kleijwegt en Max van Weezel vertellen in hun boek Het Land van Haat en Nijd hoe op de ROC Amsterdam voor Kerstmis 2002 de leerlingen als geschenk voor de leraren een collage maakten van teksten en afbeeldingen die hen aanspraken. Ze kozen ook voor fotootjes van hun nieuwe held Osama bin Laden. Een aantal leerkrachten – onder wie één van Joodse afkomst – weigerden het Kerstcadeau in ontvangst te nemen.

Belangrijker dan dit aspect was de reactie van de toenmalige voorzitster van de school op het verheerlijken van één van ‘s werelds ergste ideologische moordenaars door de leerlingen. Ze vond de reactie van de leerkrachten overdreven en zei dat ze maar eens moesten kijken wat de leerlingen in de kantine opplakten: ‘Afbeeldingen van Bin Laden en hakenkruizen.’

Ze kon zich nog net voorstellen dat een Jood hierdoor geschokt kon zijn. Ze concludeerde echter wat het wereldbeeld van een groot aantal leerlingen betrof: ‘daar moeten we mee leren omgaan.’15  Ook hier was er veel begrip, nota bene van een opvoeder, voor allochtonen met een criminele denkwereld en hoe die tegemoet te komen.

De auteurs schrijven ook: ‘De docenten aan het VMBO wilden niet lesgeven aan leerlingen die Bin Laden verafgoodden.’16Het waren allemaal beginverschijnselen van een Nazi-achtige cultuur bij sommige Nederlandse moslims.’

In 2006 worden Marokkaanse jongeren verwijderd uit de bioscoop Pathé Schouwburgplein in Rotterdam. Ze juichen als in de vertoonde film een door de Saoedische terroristen gekaapt vliegtuig het World Trade Center doorboort.17

Een tweede aspect van dezelfde mentale instelling van sommige jonge moslims zijn extreme antisemitische opmerkingen. Kleijwegt schreef onlangs: ‘In 2003, het jaar dat tijdens de dodenherdenking in Amsterdam-West Turkse en Marokkaanse jongeren met kransen voetbalden en “dood aan de Joden” riepen, was ik geschokt. Ik wilde graag weten waar die haatgevoelens vandaan kwamen.’

Ze vertelt over haar onderzoek: ‘Antisemitisme maakte ik mee toen een van de leerlingen in 2003 tijdens de geschiedenisles over de jodenvervolging zachtjes “Joden moeten we doden” begon te zingen. Meer uit provocatie dan uit overtuiging. Hij deed het, zei hij later, omdat andere klasgenoten hem daartoe aanspoorden. Zij werden niet gepakt en hij wel.’18

Ik maak het zelf mee tijdens een bezoek aan Nederland. In april 2004 zat ik in een Amsterdamse tram lijn 24. Achterin stapten vier jongeren van een jaar of 15 in. Ze hadden een mediterraan uiterlijk en namen enkele meters achter mij plaats. Één van hen begon al gauw te zingen, waaronder ‘Joden moet je doden, maar dat is verboden.’ Ik was niet herkenbaar als Jood en het was ook niet tegen mij gericht. Dat incident lag aan de oorsprong van mijn boek Het Verval; Joden in een Stuurloos Nederland uit 2010.

Soortgelijke getuigenissen zijn er meer. De oorspronkelijk uit Marokko afkomstige Joodse wijnhandelaar Charles Dahan, vertelt hoe een kennis op Grote Verzoendag langs een aantal Marokkaanse jongetjes liep, die in het Arabisch zongen: “Daar komen de Joden, dood aan de Joden, we zullen ze wel krijgen.”19

Tot 2004 bleef dit alles vooral in de verbale sfeer. In November van dat jaar werd Theo van Gogh door Mohammed Bouyeri vermoord. Daarmee begon een nieuwe fase van de Nederlandse voorgeschiedenis van het georganiseerde islamo-nazisme, die apart geanalyseerd moet worden.

Harry Lensink en Jaco Alberts, ‘AIVD-baas Rob Bertholee over “het fenomeen”’, Vrij Nederland, 3 september 2014.

‘Politie pakt paspoort 10 leden “jihadgezinnen” af’, Volkskrant, 30 augustus 2014.

Aantal vertrokken jihadisten toegenomen,’ Elsevier 7 september 2014.

Janny Groen, ‘Driekwart Nederlandse moslims vindt Syrië-gangers helden,’ Volkskrant  28 mei 2013.

Voor een overzicht van het Nederlandse voetbalantisemitisme zie Manfred Gerstenfeld, ‘Anti-Semitism and the Dutch Soccer Fields,’ Journal for the Study of Anti-Semitism, Volume 3, issue 2, 2011, 629-646.

Simon Kuper, ‘Ajax, de joden, Nederland,’ Hard Gras 22 (Amsterdam, L.J. Veen, 2000) 138-141.

Ibid, 141.

Ibid, 138.

Milco Aarts, ‘Hooligan baas in stadion,’ Telegraaf, 18 september 2004.

10 Robert Misset, ‘Staking na wangedrag ADO-fans,’ Volkskrant , 18 october. 2004 en ‘Duel ADO-PSV gestaakt na spreekkoren,” NRC-Handelsblad,18 october 2004.

11 Simon Kuper, ‘Ajax, de joden, Nederland,’ 141.

12 Manfred Gerstenfeld, Het Verval, Joden in een Stuurloos Nederland, (Amsterdam: Van Praag, 2010), 23.

13 Ibid, 25.

14 ‘Scholen huiverig voor stilte,’ Volkskrant, 23 september 2001.

15 Margalith Kleijwegt, Max van Weezel, Het land van haat en nijd (Amsterdam: Balans, 2006), 108.

16 Ibid, 111.

17 Margalith Kleijwegt, ‘Antisemitisme, Breekpunt, Khalil doe me een lol,’ De Groene Amsterdammer, 27 Augustus 2014.

18 Ibid.

19 Manfred Gerstenfeld, Het Verval, 51.

10 september 2014

Comments are closed.