Waarom antisemitisme een deel van de Europese cultuur is

Antisemitisme is niet alleen een deel van de geschiedenis van Europa, maar ook een bestanddeel van haar cultuur. De langdurige antisemitische geschiedenis van Europa is vol met laster, discriminatie, meten met twee maten, pogroms, verdrijvingen en andere vervolgingen. Ze bereikte haar absolute dieptepunt in de Holocaust. Deze genocide werd niet alleen gepleegd door Duitsers en Oostenrijkers, maar ook door vele collaborateurs in de bezette landen, die niet per se allemaal voorstanders van de nazi´s waren.

Voor wat betreft de Holocaust bekenden bijna alle bezette landen op den duur de waarheid dat zij gefaald en in verschillende mate met de nazi´s gecollaboreerd hadden. De meeste boden hun excuses aan. Enkele weken geleden werd Luxemburg het nieuwste land dat dit deed. De grote uitzondering vormt Nederland. Minister-president Mark Rutte (VVD) gaf onlangs voor de tweede keer een nietszeggend antwoord op vragen in de Tweede Kamer, om zodoende te vermijden het schandalige falen van de Nederlandse regering in oorlogstijd te moeten toegeven. Tijdens haar ballingschap in Londen toonde de regering geen interesse in de plaatsvindende massamoord – de vernietiging van drie vierde deel van de 140.000 Nederlandse Joden door de Duitse bezetters. De joodse gemeenschap was al eeuwenlang in Nederland aanwezig geweest.

Terwijl er nauwelijks verschil van mening bestaat over de antisemitische geschiedenis van Europa, is er met betrekking tot het antisemitisme als bestanddeel van de Europese cultuur een gedetailleerde uitleg nodig die wat betreft de Joden een dominant deel daarvan was. Om  misverstand te voorkomen: dat betekent niet dat tegenwoordig de meeste Europeanen antisemieten zijn.

De onlangs overleden vooraanstaande antisemitismewetenschapper Robert Wistrich heeft veel bijgedragen aan de infrastructuur waardoor  begrepen en bewezen wordt dat antisemitisme een integraal bestanddeel van de Europese cultuur is.

Enkele jaren geleden nodigde ik hem uit om te spreken over de traditie van het Europees intellectuele antisemitisme bij het Jerusalem Center for Public Affairs. Wistrich legde uit dat christelijke geestelijken en veel vooraanstaande christelijke theologen in de middeleeuwen en door de millennia heen “verachting van het joodse volk doceerden”. Zulke credo´s beperkten zich niet tot de rooms-katholieke kerk. Over de protestantse hervormer Maarten Luther zei Wistrich: “Zijn aanvallen op Joden behoren tot de meest grove in de geschiedenis van antisemitische belastering.”

Wistrich vermeldde gedetailleerd hoe intellectuele trends in Europa de mutatie van het antisemitisme telkens beïnvloedden. Hij legde uit hoe de antisemitische joodse traditie zich tijdens de Verlichting voortzette en illustreerde dat met de haat die Voltaire tegen het joodse volk koesterde. Wistrich vermeldde ook de volgende generatie intellectuele antisemieten, namelijk de idealistische Duitse filosofen van de 18e en de 19e eeuw, waaronder Kant, Hegel, Schopenhauer en later Karl Marx.

Hij vermeldde dat met zeldzame uitzonderingen de Franse socialisten van de vroege 19eeeuw de fundamenten van het antisemitisme van de late 19e eeuw legden. Hij merkte op dat het antisemitische werk “La France Juive” (Het joodse Frankrijk”) van Edouard Drumont in zijn tijd een bestseller was. Er waren ongeveer honderd herdrukken.

Wistrich voegde er aan toe dat een groot deel van het nationaalsocialisme, het fascisme en zelfs enkele stromingen van het socialisme – die belangrijke anti-intellectualistische componenten bezitten – eveneens intellectuele oprichters hadden. In zijn belangrijke boek “A Lethal Obsession” (“Een dodelijke obsessie”) wijdde Wistrich een groot  hoofdstuk aan wat hij “de oud-nieuwe Judeofoben van Brittannië” noemde. Hij vermeldde het wijdverbreide antisemitisme in de Britse literatuurklassiekers door de eeuwen heen. Hij schreef dat in het Verenigd Koninkrijk “antisemitische gevoelens ook deel uitmaken van de discussie van de mainstream, die bij de academische, politieke en media-elites steeds weer naar boven komen.”

Veel andere voorbeelden dat antisemitisme een deel van de Europese civilisatie is, zijn te vinden in het boek “Anti-Judaism, the Western Tradition” (“De westerse traditie van het anti-judaïsme”) van David Nirenberg.

Een serie vooraanstaande Europese romanschrijvers waren extreme antisemieten. Een van de beroemdere was de Fransman Louis-Ferdinand Céline, die na de Tweede Wereldoorlog wegens collaboratie met de bezettingsmacht werd veroordeeld. Bovendien bevinden zich op gebouwen zoals de Notre Dame kathedraal in Parijs oude antisemitische sculpturen. Ook in de Europese populaire cultuur – bijvoorbeeld in tekeningen en karikaturen – vindt men antisemitische grondgedachten. Het studentenuitwisselingsprogramma van de Europese Unie is genoemd naar de fanatieke antisemiet Erasmus. De universiteit van Rotterdam en een brug in de stad eveneens.

Het is verkeerd om te denken dat het nationaalsocialisme en zijn kwaadaardige “cultuur” eindigden met de nederlaag van Duitsland in het jaar 1945. Veel nazi´s bleven trouw aan hun ideeën. Velen probeerden hun kinderen de nazi-ideologie in te gieten. Na de oorlog waren er in Duitsland niet genoeg onbesmette rechters en ambtenaren om de benodigde regeringsposten te bezetten. Tot de voormalige nazi´s die hoge functies in het naoorlogse Duitsland bekleedden, behoorde de christendemocraat Kurt Georg Kiesinger, die van 1966 tot 1969 bondskanselier was. Zelfs vele artsen, die joodse overlevenden onderzochten die om gezondheidsredenen schadevergoedingen eisten, hadden een nazi-achtergrond.

Als men vraagt wie de belangrijkste naoorlogse filosoof van Europa was, zullen velen Martin Heidegger noemen. Zijn onlangs gepubliceerde notitieboekjes later er geen twijfel over bestaan dat zijn gedachtewereld diep antisemitisch was.

Het feit dat een aanzienlijk aantal Europeanen het nu eens is met de uitspraak dat “Israël een vernietigingsoorlog tegen de Palestijnen voert”, is een belangrijk voorbeeld van het moderne Europese antisemitisme. Deze uitspraak werd door meer dan 40% van de EU-burgers in de leeftijdscategorie 16 jaar en ouder als juist beschouwd. Dat past volkomen in de antisemitische cultuur van Europa.

De Amerikaanse politieke wetenschapper Andrei Markovits vat een sleutelelement van de huidige Europese realiteit kort en krachtig samen: “Europa heeft een onopgeloste, belangrijke relatie met haar verleden. Het voortdurend vergelijken van de Israëli´s met de nazi´s komt voort uit de Europese onderbuik. Dat is uiteraard een dubbele brutaliteit. Daarmee bevrijden de Europeanen zich van hun eigen geschiedenis. Tegelijkertijd lukt het hen hun vroegere slachtoffers te beschuldigen zich zo te gedragen als de ergste daders uit het eigen kamp.”

De leidende krachten van het continent, waarop het nationaalsocialisme geboren werd en kon floreren, besteden tegenwoordig relatief weinig aandacht aan de nazi-achtige politiek en uitlatingen die afkomstig zijn van diverse terreurorganisaties van het Midden-Oosten. Hun propaganda voor de volkerenmoord is geen Hitler-nazisme, maar een nazisme dat uit delen van de islam afkomstig is.

De volgende keer wanneer vertegenwoordigers van Europa Israël bekritiseren vanwege haar politiek, zou het Israëlische antwoord moeten luiden dat zij zich gezien het verleden van Europa beter op het islamo-nazisme zouden moeten concentreren. De bureacraten van de EU en haar lidstaten, die constant en buitenproportioneel Israël nadrukkelijk vermanen, stoelen op immorele voet.

Bron:
https://heplev.wordpress.com

Bron oorspronkelijk artikel:
www.jpost.com
Auteur: Dr. Manfred Gerstenfeld

Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron
(www.ejbron.wordpress.com)

 

7 juli 2015

Comments are closed.